Tegen een achtergrond van een besneeuwd vlak landschap schrijden drie koningen van rechts naar links over het schilderij. In ‘Het Kindeken Jezus in Vlaanderen’ beschrijft Timmermans het tafereel als volgt: ‘En daar waren ze! (…) De rode koning (…) droeg om de smalle schouders een appelrode fluwelen mantel (…). De krachtigen wit-gebaarde koning (…) knikte ernstig-vroom. (…) Tegelijkertijd kwam de koning der Moren, omhuld van krakende goud-groene zijde,…’